Skip links

Privégebruik van een onroerend goed in een vennootschap… op zoek naar een alternatief?

De onzekerheid neemt toe

 

Enkele weken geleden berichten we in onze nieuwsbrief reeds de negatieve rechtspraak aangaande de bezoldigingstheorie en de nood aan een onderbouwde documentatie hieromtrent. Het hof van beroep te Gent zou in een recent arrest van 3 december 2019, nog niet gepubliceerd, echter een verrassend standpunt hebben ingenomen. De fiscale aanvaarding van de aftrek aangaande het privégebruik van een onroerend goed vereist niet dat de kosten werden gemaakt in het “belang van de vennootschap”, maar wel dat er een kans of vermoeden van meerwaarde bestaat bij een eventuele verkoop van het onroerend goed.

Men was nog niet goed en wel bekomen van de verbazing en de minister van financiën mocht het komen uitleggen in het parlement. Volgens de minister heeft het hof van beroep de wet op een correcte manier toegepast en is een wetgevend ingrijpen (via het parlement) noodzakelijk indien men hier wijzigingen aan wenst toe te brengen. CD&V heeft reeds aangegeven dergelijk wetsvoorstel te zullen indienen.

 

De logica is ver zoek…

Een kost is fiscaal aftrekbaar indien een onderneming mag verwachten dat deze zal leiden tot het verkrijgen van belastbare inkomsten. De rechtspraak vereist echter dat de kans op meerwaarde bij de verkoop van het bewuste onroerend goed voldoende groot is. De vraag is evenwel op welke manier de onderneming dergelijke beoordeling kan doen op het moment dat de kost wordt gemaakt. Het lijkt ons dat een realistische en waarheidsgetrouwe intentie zou moeten volstaan. Men kan namelijk wel de afschrijving doen met betrekking tot de aankoopprijs van het onroerend goed, met het bijhorende fiscaal voordeel, maar bij een eventuele verkoop wordt de bekomen meerwaarde volledig aan de vennootschapsbelasting onderworpen, waardoor in bepaalde gevallen dit voordeel (zelfs volledig) wordt uitgevlakt. In het geval van een aankoop van een onroerend goed privématig zal er geen sprake zijn van een kostenaftrek, maar zal er in de meeste gevallen wel een belastingvrije meerwaarde worden gecreëerd.

Wanneer een onroerend goed privé ter beschikking wordt gesteld van de zaakvoerder zal er een voordeel van alle aard ontstaan in de personenbelasting (indien gratis) of een reële huurprijs verschuldigd zijn door deze laatste. Het eerste geval betreft een vorm van bezoldiging in natura. De vraag die we ons reeds hebben gesteld is waarom een geldelijke bezoldiging om het appartement privé aan te kopen zonder discussie aftrekbaar zou zijn, terwijl een bezoldiging in natura via de gratis terbeschikkingstelling dat niet zou zijn. Dit onderscheid is grondwettelijk niet gerechtvaardigd. Het tweede geval brengt ons tot een bijzondere situatie. Indien u het appartement (aan zee) zou verhuren aan derden, zijn de kosten zonder enige twijfel aftrekbaar. Indien de huurder evenwel de zaakvoerder betreft, zou dit niet langer het geval zijn en wil men de aftrek van de kosten zelfs expliciet uitsluiten bij wet. Dit is Kafka in zijn puurste waanzin.

 

Het zoeken naar een alternatief als een veilige haven

Het mag vaststaan dat op basis van de huidige wetgeving en mits voldoende en voorafgaande documentatie het nog steeds mogelijk is om een onroerend goed via de vennootschap aan te kopen of te bouwen en vervolgens als bezoldiging toe te kennen aan de bedrijfsleider. Toch kan het aangewezen zijn, gelet op de huidige juridische en politieke impasse, om te denken aan een alternatief. Ongeacht hoe men deze categorie van alternatieven wil omschrijven of benoemen, de basisregels komen op hetzelfde neer:

  1. De aankoop van het onroerend goed wordt gedaan door de vennootschap. Het is de vennootschap die in de meeste gevallen beschikt over de nodige financiële middelen, waardoor de aankoop niet privé kan gebeuren.
  2. De bedrijfsleider/bestuurder zal de vennootschap terugbetalen voor het privégedeelte van het bewuste onroerende goed met een aanvullende rentecomponent ten opzichte van de interest die de vennootschap is verschuldigd aan de financiële instelling. Voor het beroepsmatig gedeelte kan worden gewerkt met traditionele figuren zoals vruchtgebruik.
  3. De terugbetaling aan de vennootschap kan à la tête du client gebeuren. Men kan op verschillende tijdstippen of voor diverse bedragen terugbetalen, eventueel gekoppeld aan de duur van het zakelijk recht, zolang de interest maar correct wordt berekend.

 

Samengevat, vereist de aankoop van een onroerend goed, al dan niet via de vennootschap, steeds een feitelijke beoordeling. Ieder dossier is anders en moet ook zo worden benaderd. Taxius begeleidt u graag met deze vragen en zoekt samen met u naar de ideale oplossing voor uw bedrijf.

 

 

 

 

 

 

Leave a comment

Name*

Website

Comment