Skip links

Een beleggingsportefeuille in de vennootschap: het belang van een correcte juridische en fiscale screening

Talrijke ondernemingen met een overschot aan cash op de bankrekening investeren deze in aandelen of aanverwante producten teneinde een hoger rendement te halen dan via het klassieke spaarboekje bij een bank.

Een eerste mogelijkheid is het rechtstreeks beleggen in (beursgenoteerde) aandelen van Belgische of buitenlandse vennootschappen. Het vermijden van belasting op dividenden en het verkrijgen van belastingvrije meerwaarden is dan het hoofddoel. Daarnaast kan men beleggen in collectieve beleggingsinstellingen, zoals een bevek/sicav of beleggingsfondsen.

Sinds aanslagjaar 2019 is de vrijstelling van meerwaarden op aandelen in de vennootschapsbelasting gekoppeld aan de minimum participatievereiste. Hieruit volgt dat behaalde meerwaarden slechts vrijgesteld worden indien de vervreemde aandelen deel uitmaken van een minimum participatie van 10% of met een historische aanschaffingswaarde van minstens 2.500.000 EUR. De toevoeging van deze voorwaarde aan het vrijstellingsregime heeft een aardshock teweeg gebracht binnen de fiscale wereld. De meeste aandelenparticipaties in beleggingsportefeuilles in vennootschappen zullen namelijk niet voldoen aan deze voorwaarde, waardoor op de volledige meerwaarde vennootschapsbelasting verschuldigd is. Minderwaarden op aandelen blijven daarentegen nog steeds niet fiscaal aftrekbaar.

Het vervangen van de rechtstreekse participaties in vennootschappen door beleggingen in beveks of fondsen biedt fiscaal geen soelaas. Door het feit dat hun belastbare grondslag wordt gebaseerd op een voordelig regime dat afwijkt van het normaal fiscaal stelsel, zullen hun aandelen standaard worden uitgesloten van de DBI-aftrek op ontvangen dividenden en dus ipso facto van de vrijstelling van vennootschapsbelasting op meerwaarden.

Hierna bespreken we de grote lijnen van twee alternatieven om alsnog een fiscaal optimaal resultaat te bekomen, met name de DBI-bevek en de private privak. Een beleggingsfonds zonder rechtspersoonlijkheid vormt daarentegen een meer twijfelachtig alternatief.  Deze fondsen zijn steeds fiscaal transparant, maar voor een optimaal resultaat, is het onontbeerlijk dat de beheerder(s) correct kunnen ventileren welk soort(en) van inkomsten binnen het fonds terecht komen. Betreft het hier dividenden, of meerwaarden (al dan niet na 12 maanden de aandelen in bezit te hebben gehouden), waar zijn de vennootschappen waarin werd belegd gevestigd en wat is hun fiscaal regime, is er sprake van interestinkomen, …? Indien de fondsbeheerder hier niet afdoende in slaagt, zal iedere toegekende som worden beschouwd als interest, waardoor deze inkomst volledig wordt belast aan het normale tarief in de vennootschapsbelasting.

DBI-bevek

Het betreft hier enkel een DBI-bevek waarvan de statuten in de jaarlijkse uitkering voorzien van ten minste 90% van de inkomsten die ze hebben verkregen, voor zover en in de mate dat die inkomsten voortkomen uit hetzij dividenden die zelf voor de DBI-aftrek in aanmerking komen, hetzij meerwaarden op aandelen die voor vrijstelling van vennootschapsbelasting in aanmerking komen.

Het meest interessante element is dat voor beleggingen in DBI-Beveks de minimum participatievereiste van 10% niet geldt. Daarentegen komen deze beleggingen niet langer voor de berekening van de aftrek voor risicokapitaal in aanmerking, maar dit zal voor de meeste vennootschappen geen (onoverkomelijke) belemmering zijn.

 

Private privak

Een Private privak is daarentegen een BEVAK, aangezien investeerders niet eenvoudig in- of uit het kapitaal van de vennootschap kunnen treden. Bijgevolg is het aantal investeerders beperkt (klassiek minimum 6 en maximum 150). Een investeerder moet minstens 25.000 EUR beleggen om te kunnen toetreden tot de privak. Het statutaire doel van deze vennootschapsvorm bestaat uit het investeren in financiële instrumenten uitgegeven door niet-beursgenoteerde en groeivennootschappen. Interessant is dat de Belgische private privak enkel wordt belast in de vennootschapsbelasting op zowel ontvangen abnormale en goedgunstige voordelen als verworpen uitgaven, andere dan niet-gerealiseerde waardeverminderingen en gerealiseerde minderwaarden op aandelen.

De aandeelhouder-vennootschap die een dividend ontvangt van een private privak komt in aanmerking voor 100% DBI-aftrek op voorwaarde dat het dividend tot stand is gekomen via gerealiseerde meerwaarden op aandelen (die ook zouden leiden tot vrijstelling in geval van rechtstreekse investering) en/of via gerealiseerde meerwaarden op aandelen van andere private privak’s en/of dividendinkomsten afkomstig uit deze participaties. Interessant opnieuw is dat door het feit dat de privak een beleggingsvennootschap is, de aandeelhouders niet moeten voldoen aan de minimum participatievereiste van 10%.

De aandeelhouder-vennootschap die een meerwaarde realiseert op aandelen van een Private privak kan genieten van een volledige vrijstelling, indien de privak al haar activa investeert in aandelen die in aanmerking voor de deelnemingsvrijstelling en/of aandelen van andere Private privak’s en/of aanvullende termijn- of cashdeposito’s die maximum 10% van het balanstotaal van de privak niet overschrijden.

In geval het een kwalificerende Private Starters PRIVAK betreft, kan de investeerder een belastingvermindering claimen in zijn/haar Belgische aangifte personenbelasting m.b.t. het jaar van de investering. Deze belastingvermindering bedraagt 30% van de investering in aandelen van de Private Starters PRIVAK. Zo’n investering is geplafonneerd op EUR 100.000 per jaar.

 

Conclusie

Beleggen vanuit uw vennootschap vereist voor iedere investeerder dat hij of zij nauwkeurig nagaat hoe de investering kan worden afgesteld op maat van de specifieke noden en risicoprofiel. Enkel op deze manier kan een optimaal rendement worden gewaarborgd en zal de fiscaliteit niet voor ongewenste neveneffecten zorgen. Taxius staat u hier graag in bij.

Leave a comment

Name*

Website

Comment