Skip links

De familiale maatschap en het voeren van een boekhouding: een moeilijk huwelijk

De modernisering van het ondernemingsrecht heeft de verplichting opgelegd aan maatschappen om een boekhouding te voeren. In de praktijk ging men ervan uit dat voor familiale maatschappen waarvan het doel beperkt is tot het beheer van een vastgesteld roerend vermogen, een vereenvoudigde boekhouding zou volstaan. Een onderneming met een omzet lager dan 500.000 euro (exclusief BTW) dient geen dubbele boekhouding te voeren. Het begrip ‘omzet’ wordt standaard beschouwd als de opbrengst uit de verkoop van goederen en de levering van diensten aan derden in het raam van de normale bedrijfsuitoefening. De inkomsten die familiale maatschappen verkrijgen uit hun roerende goederen, worden – traditioneel beschouwd – geacht geen deel uit te maken van de ‘omzet’ van een onderneming.  Bijgevolg zou de hervorming de situatie voor dergelijke maatschappen niet veranderen.

Dit was evenwel buiten de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) gerekend. Op basis van een recente wetswijziging werd de definitie van ‘omzet’ voor ondernemingen die een vereenvoudigde boekhouding willen voeren, bepaald als volgt: “het bedrag van de andere dan niet-recurrente ontvangsten”. In een ontwerpadvies stelt de CBN enerzijds dat aangaande ‘ontvangsten’ alle ontvangsten worden beoogd, ongeacht of deze in de toepassing van de dubbele boekhouding een opbrengst (zouden) uitmaken. In een dubbele boekhouding boekt men namelijk in principe slechts het verschil tussen de boekwaarde en de verkoopprijs als opbrengst. De CBN stelt in het ontwerpadvies anderzijds dat ‘recurrent’ vereist dat het courant voorkomende ontvangsten voor de bewuste onderneming zijn. Met andere woorden, die niet uitzonderlijk zijn. Deze interpretatie van de CBN verplicht veel familiale vennootschappen tot het voeren van een dubbele boekhouding niettegenstaande (de relativiteit van) hun specifiek vermogen.

De fiscale intermediairs hebben na uitvaardiging van het ontwerpadvies hun bezwaren kenbaar gemaakt aan de CBN. Onder andere het feit dat familiale maatschappen geen personeelsleden, schuldeisers of externe stakeholders hebben, fiscaal transparant zijn en niet als volwaardige deelnemers aan het rechtsverkeer kunnen worden beschouwd, werd opgeroepen in de discussie. Niettegenstaande deze terechte juridische en fiscale bezwaren lijkt het ons dat de standaardprincipes van het ontwerpadvies, enkele nuanceringen in een concreet voorbeeld buiten beschouwing gelaten, werden overgenomen in een definitief advies gepubliceerd op 28 oktober 2019 (voor de volledige tekst zie https://www.cbn-cnc.be/nl/adviezen/groottecriteria-verenigingen-en-stichtingen-schema-van-de-jaarrekening-begroting).

Een groot aantal familiale maatschappen zullen bijgevolg verplicht zijn een dubbele boekhouding te voeren. Voor maatschappen die voor 1 november 2018 werden opgericht, ontstaat deze verplichting vanaf het eerste volledige boekjaar dat aanvangt na 30 april 2019. Indien het boekjaar samenvalt met een kalenderjaar, ontstaat de boekhoudplicht pas in 2020. Maatschappen die sinds 1 november 2018 werden opgericht, vallen onmiddellijk onder het toepassingsgebied. De maatschap mag in dat geval op basis van een prognose ter goeder trouw inschatten of het grensbedrag al dan niet zal worden overschreden.

Bizar is dat een maatschap de opgestelde dubbele boekhouding niet dient te publiceren, noch te communiceren aan financiële instellingen of andere derden. Daarnaast is de fiscale relevantie beperkt zolang de bevrijdende roerende voorheffing aan de bron wordt ingehouden in België. De vraag is bijgevolg of deze verplichting een lang leven is beschoren en of dat de publicatieverplichting in een volgende fase zal worden opgelegd.

Het voeren van een dubbele boekhouding in een maatschap brengt vanzelfsprekend een (aanzienlijke) bijkomende kost met zich mee. Indien een familiale maatschap actief belegt en rechtstreeks investeert zal deze snel de ‘omzet’ van 500.000 euro, exclusief btw, bereiken. Deskundige ondersteuning van een ervaren accountant/belastingconsulent zal dan ook noodzakelijk zijn. Daarnaast kunnen we voor u onderzoeken of de maatschap nog aangewezen blijft in een structuur, in het achterhoofd houdende dat het gebruik hiervan vaak aan te raden valt in het raam van een doeltreffende vermogensplanning.

Voor een verdere bespreking van het advies van de CBN en de gevolgen hiervan voor de familiale maatschappen, kan u uiteraard steeds bij ons terecht. De CBN heeft daarnaast aangegeven een volgend meer gedetailleerd advies aan het voorbereiden te zijn, waarin nog een aantal uitzonderingen inzake de verplichting tot dubbele boekhouding voor maatschappen zullen worden opgenomen.

Wordt dus vervolgd!

Leave a comment

Name*

Website

Comment